Emile Hoogterp is sinds dit jaar PMC-trekker biobased bruggen bij Building Balance. Dat is een landelijke non-profitorganisatie die het gebruik van biogrondstoffen in de bouw versneld opschaalt. De doelstellingen voor dit jaar zijn ambitieus. “We brengen tot de zomer vijftien tot twintig opdrachtgevers bij elkaar en stimuleren daarmee marktpartijen om met innovaties te komen”, vertelt Hoogterp.
Building Balance voert samen met vier ministeries de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit. Daarin staat hoe een gezonde en natuur-inclusieve markt voor biobased bouwmaterialen kan worden ontwikkeld. Duidelijk is dat fundamentele veranderingen in de bouw en landbouw nodig zijn.
Dat geldt ook voor de bruggensector waarin Hoogterp zich met Ingenieursbureau Westenberg begeeft. “De vraag is niet of we stappen zetten, maar hoe we dat samen slim en schaalbaar doen. We moeten sneller circulair en biobased bouwen. En omdat we de komende jaren veel bruggen vervangen of renoveren, liggen er juist nu heel veel kansen.”
Innovatiepartnerschap
Die mogelijkheden worden nog lang niet altijd benut. Ondanks dat de toepassingen van biobased materialen en constructies steeds concreter zijn, hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers nog een duwtje nodig. Building Balance werkt daarom aan een innovatiepartnerschap dat passende arrangementen tussen opdrachtgevers en markt tot stand moet brengen.
Hoogterp ziet daarin een rol voor zichzelf weggelegd. “Bij Westenberg kennen we veel opdrachtgevers én marktpartijen. Die gaan we binnen Building Balance verbinden. De komende maanden brengen we opdrachtgevers die biobased materialen of constructies willen toepassen samen, zodat we een volume creëren dat voor opdrachtnemers interessant genoeg is voor het ontwikkelen van duurzame oplossingen en verdere innovaties.”
Succesvolle toepassingen
Als voldoende opdrachtgevers aanhaken, richten de innovatiepartners zich na de zomer eerst op toepassingen die aan het einde van de innovatieladder staan, zoals GWW-manager Boukje van Reijn van Building Balance dat noemt. Want er is wat dat betreft al veel ontwikkeld. “Bij brugonderdelen als liggers, planken of leuningen worden al regelmatig biobased materiaal of hergebruikt hout toegepast. Er zijn zelfs volledige brugdekken van biocomposieten gemaakt.”
Dat zijn producten die gemaakt zijn van samengesteld materiaal. Ze bestaan uit natuurlijke vezels zoals glas, basalt, vlas en hennep. Met harsen en polymeren wordt een thermoplast of thermoharder gemaakt. En die materialen zijn geschikt voor toepassingen in bruggen. Building Balance stimuleert ook het gebruik van Europees hout als alternatief voor tropisch hardhout. De organisatie onderzoekt wat daarvoor de beste aanpak is.
Nog veel vragen
Volgens Van Reijn is 2026 een belangrijk jaar voor de transitie naar biobased. “Er is de afgelopen jaren veel gebeurd, maar voor de buitenwereld was dat niet altijd zichtbaar”, zegt ze. “We hebben met veel partijen gesproken en binnen die partijen weer met veel mensen. Dat is ook logisch. Opdrachtgevers hebben echt wel de ambitie om biobased materialen toepassen, maar vooral op de werkvloer zijn er nog veel vragen over bijvoorbeeld kwaliteit, levensduur en eventuele risico’s. Juist op dat soort vragen moet ons innovatiepartnerschap antwoord geven.”
En daarom is het cruciaal dat de komende maanden opdrachtgevers (gemeenten, provincies en mogelijk waterschappen) voldoende aanbod neerleggen waarmee de markt aan de slag kan. “Bij een groter volume verdwijnt ook het prijsvoordeel dat conventionele oplossingen nu nog hebben. Als vervolgens in de praktijk blijkt dat biobased materialen een prima alternatief zijn, kan het echte opschalen gaan beginnen.”